Geen vermelding in vaststellingsovereenkomst: concurrentiebeding vervalt

In een arbeidsovereenkomst zijn een concurrentiebeding, een geheimhoudingsbeding en een boetebeding opgenomen. In een vaststellingsovereenkomst noemt de werkgever het concurrentiebeding niet. De werknemer gaat bij de concurrent werken, de ex-werkgever wil hem aan zijn concurrentiebeding houden.

Een vertegenwoordiger is sinds 2000 in dienst bij de werkgever. In zijn arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding, een geheimhoudingsbeding en een boetebeding opgenomen. Als hij arbeidsongeschikt wordt, besluiten werkgever en werknemer nog tijdens de ziekteperiode om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Er wordt een vaststellingsovereenkomst opgesteld waarin het geheimhoudingsbeding weer is opgenomen en waarin ze elkaar over en weer finale kwijting verlenen: 'Bedoeling van de finale kwijting is dat partijen na de uitvoering van de afspraken in deze vaststellingsovereenkomst eens en vooral ook op het punt van hun mogelijke rechten en verplichtingen juridisch en feitelijk afscheid van elkaar nemen.' Als de werknemer voor de concurrent gaat werken, wil de (ex)werkgever hem houden aan het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst.

De werknemer stapt naar de kantonrechter en vordert – met succes – dat de werkgever geen boetes mag opleggen of een schadevergoeding mag eisen in verband met de overtreding van het concurrentiebeding. De werkgever gaat in beroep. Hij is van mening dat een concurrentiebeding alleen maar vervalt als de in artikel 7:653 lid 3 BW genoemde situatie zich voordoet.

De vraag is of het concurrentiebeding met het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst is komen te vervallen.

De overeenkomst wordt beoordeeld naar de strekking en de inhoud en het hof past het Haviltex-criterium toe. Het gaat daarbij om wat de partijen over en weer hebben gedoeld met de overeenkomst en wat zij uit elkaars bedoelingen hebben mogen begrijpen. Het hof vindt dat de werknemer had mogen begrijpen dat hij en de werkgever volledig afscheid van elkaar hadden genomen. De bewoordingen in de vaststellingsovereenkomst zijn daarover duidelijk. Zeker gezien het feit dat daarin nog wel de geheimhouding is herhaald maar niet het concurrentiebeding. De omstandigheden spelen ook mee: de werknemer zat midden in een re-integratietraject, hij had geen juridische bijstand en de werkgever is een grote professionele organisatie. Daarom had de werkgever er voor moeten zorgen dat volstrekt duidelijk was wat er onder de finale kwijting viel. Het opzettelijk niet vermelden van het concurrentiebeding om geen slapende honden wakker te maken, komt voor rekening van de werkgever. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Artikel 7:653 lid 3 BW bepaalt dat een concurrentiebeding vervalt als de arbeidsovereenkomst door de werkgever is beëindigd op een manier waardoor de werkgever schadeplichtig is. Dat is bijvoorbeeld het geval als de werkgever opzegt zonder een dringende reden. Ook bij een faillissement kan een concurrentiebeding vervallen, bijvoorbeeld als de curator niet voldoende belang heeft om de werknemers aan het beding te houden.

Bron: LJN BJ2741
Gerechtshof Amsterdam
Procedure: hoger beroep kort geding
Datum: 28 april 2009